Details
147 p. : ill.
Besprekingen
De Volkskrant
Paulo Coelho, de literaire alchemist die van zelfs de meest uitgekauwde zelfhulpaforismen puur goud weet te maken, verkocht de afgelopen jaren meer dan 300 miljoen boeken, waarmee hij een van de succesvolste levende schrijvers ter wereld is. Bij het lezen van De weg van de boog vraag je je dikwijls af waarom.
Op de eerste vijf pagina's van het boek passeert een vreemdeling een dorp waar de meubelmaker een legendarische boogschutter in ruste blijkt te zijn. De vreemdeling daagt hem uit voor een duel, verliest, waarna een jongetje dat alles heeft gadegeslagen de boogschutter vraagt hem zijn geheimen te leren en het boek opeens verandert in een scheurkalender van het tijdschrift Happinez. Dat betekent vrijwel lege pagina's met in het midden twee of drie zinnen over boogschieten als metafoor voor het leven ('Een pijl die vertrokken is, keert niet weer'). Hoewel Coelho echt een aantal boeken heeft geschreven die de moeite waard zijn, toont hij hier vooral zijn meesterschap in het veinzen van diepzinnigheid. Het resultaat: een boek over de kunst van het boogschieten, dat zijn doel op indrukwekkende wijze mist.
Uit het Portugees vertaald door Piet Janssen.
De Arbeiderspers; € 21,50.