Details
684 p.
Besprekingen
De Volkskrant
Twee jaar geleden verraste uitgever Meridiaan met een nieuwe Nederlandse vertaling van Verboden schrift, de roman van de Italiaans-Cubaanse schrijver Alba de Céspedes uit 1952. Minstens zo indrukwekkend (en minstens zo soepel vertaald) is de nog niet eerder in het Nederlands verschenen roman Zoals zij het ziet uit 1949. Ook daarin beschrijft De Céspedes een gefnuikt vrouwenbestaan, ook daarin omzeilt ze moeiteloos de clichés waaronder het genre dikwijls gebukt gaat.
De Nederlandse editie baseert zich op een nog door de auteur zelf drastisch bewerkte versie uit 1994, drie jaar voor haar dood. In het voorwoord daarvan onthult ze waar de titel vandaan komt. Haar uitgever vroeg haar waar haar nieuwe roman precies over ging - altijd een hinderlijke vraag als je midden in het schrijfproces zit. 'Op een gegeven moment zei ik dat het een liefdesverhaal was, maar dan zoals zij het ziet. De geniale Arnoldo Mondadori viel me stralend in de rede en riep: 'Zoals zij het ziet... zoals zij het ziet!'
Inderdaad is het perspectief in de roman onmiskenbaar dat van een vrouw. Ik-figuur Alessandra is vernoemd naar haar verdronken peuterbroertje Alessandro. Ze koestert 'een inwendige wrok' tegen hem: naar haar idee zal ze hem nimmer kunnen evenaren. Haar liefdevolle moeder, voor haar trouwen concertpianist, geeft pianolessen, haar vader is ambtenaar en kijkt amper naar zijn dochter om. Hun huwelijk is uitgesproken kil.
Filmisch beschrijft De Céspedes de dubbellevens van de vrouwen in de Romeinse huurkazerne waar het gezin woont. 'Even verlost van hun ondankbare taken, of zelfs in een daad van dapper verzet tegen het saaie leven waartoe ze waren veroordeeld, ontvluchtten de vrouwen 's middags hun donkere kamers, hun grauwe keukens, de binnenplaats die met het vallen van de duisternis onverbiddelijk een eind maakte aan de zoveelste dag van vergeefse jeugdigheid.
'De oude vrouwen bleven als steunpilaar achter om de opgeruimde, stille huizen te bewaken, bezig met hun naaiwerk, en ze verklikten de jonge vrouwen niet maar hielpen hen juist, als handlangers van een bende. Ze werden verbonden door een stilzwijgende, aloude verachting voor het leven van de mannen, voor hun tirannieke, egoïstische heerschappij, een onderdrukte wrok die werd overgeleverd van generatie op generatie.'
Ook in deze roman blijkt Céspedes een scherp oog te hebben voor het patriarchale luilekkerland dat Italië destijds was (en misschien nog steeds wel is). Bijna zonder uitzondering menen de mannen dat het universum om hen draait, bijna zonder uitzondering verwachten ze dat de vrouwen dag en nacht voor hen klaarstaan. Alessandra, slim en eigenzinnig, probeert er haar weg in te vinden.
Na de zelfdoding van haar moeder - ze wandelt op een dag de Tiber in, precies op de plaats waar het peuterbroertje ooit verdronk - moet ze een tijdje naar familie in de Abruzzen. Dat ze aldaar koelbloedig een parmantige haan naar gene zijde helpt, is niet zonder symbolische betekenis.
De strenge mater familias probeert haar intussen te verzoenen met het vrouwenlot. Jij denkt, zegt ze op zeker moment, dat mannen de baas zijn. 'Maar zo zit het niet. Het huis is van ons, de kinderen zijn van ons, wij dragen ze, voeden ze; dus het leven is van ons.' Alessandra wil er niet aan. Ze weigert te trouwen met de jongeman die de grootmoeder voor haar heeft uitgezocht.
Terug in Rome wordt ze straalverliefd op intellectueel Francesco, actief in het antifascistisch verzet en straatarm. Aanvankelijk vertellen ze elkaar over zichzelf 'met de mildheid waarmee je over een buitenissige vriend praat op wie je ondanks zijn tekortkomingen toch gesteld bent geraakt'. Ze trouwen, maar al snel blijkt ook hij haar nauwelijks serieus te nemen.
Na een zoveelste poging om zijn aandacht te krijgen, gebruikt De Céspedes een metafoor die dikwijls zal terugkomen. 'Ik lag wakker en werd overvallen door een benauwend beeld: in het appartement boven ons, en in het appartement naast ons, en in de moderne witte huurkazernes die naast de onze verrezen, en in alle huizen van Rome, in alle huizen van de wereld, zag ik vrouwen die wakker lagen in het donker, achter de onneembare muur van een mannenrug. (...) Ik hoorde ze zuchten, smeken, zonder te worden gehoord, want de stem van een vrouw is alleen maar zwakke lucht, en die muur is van keien, beton, baksteen.'
Al wat er verder in Alessandra's leven gebeurt - de ellende van de oorlog, het plegen van verzet, de gevangenschap van haar man, de hofmakerij van een aanbidder - verbleekt bij haar hunkering naar Francesco's liefde. Preciezer: bij haar hunkering zich werkelijk door hem gekend te weten.
Aan het slot geeft De Céspedes een spectaculaire draai aan de plot - een tikje te spectaculair wat mij betreft. Aan de grootsheid van haar roman doet het goddank niets af.
Fictie
Alba de Céspedes
Zoals zij het ziet
Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits. Meridiaan; 685 pagina's; € 29,99.
Alba de Céspedes beschreef als geen ander het gefnuikte vrouwenbestaan.